Als echtgenoten overlijden zonder afstammelingen achter te laten, waar gaat de erfenis dan naartoe?

Voorbeeld:
Piet en Trees zijn 50 jaar getrouwd. Om dat te vieren gaan ze met alle kinderen en kleinkinderen samen in het vliegtuig op vakantie naar Curaçao. Piet en Trees hebben beiden een ‘gewoon’ langstlevende testament. Hierdoor wordt de gehele erfenis van de eerst stervende echtgenoot toegedeeld aan de langstlevende. Na het overlijden van de langstlevende ouder gaat alles naar de kinderen. Ieder van hen krijgt een gelijk deel.

‘Goed geregeld’, denkt Piet. Maar wat gebeurt er met de erfenis als het vliegtuig neerstort en hij overlijdt zonder echtgenote, kinderen en kleinkinderen? Tot het vermogen behoren zijn BV-aandelen en een bedrijfspand dat privé op zijn naam staat. Ook heeft hij forse spaar- en beleggingsrekeningen en een woonhuis. Waar gaat dat allemaal naartoe als hij zonder afstammelingen overlijdt?

Als Piet overlijdt zonder afstammelingen achter te laten en als er voor die situatie verder niets geregeld is, dan gaat de erfenis naar zijn verdere familieleden, zoals broers en zussen, ooms en tantes of neven en nichten, afhankelijk van wie er in welke groep van erfgenamen op het moment van het overlijden van Piet nog in leven is. Dus gaat de erfenis van Piet alleen naar zijn eigen familieleden en niet naar de familie van zijn vrouw Trees. Dat wil Piet echter niet.

Rampenclausule.
De notaris wijst Piet op de mogelijkheid om in zijn testament een ‘rampenclausule’ op te nemen. Zo kan hij bepalen dat de ene helft van zijn erfenis naar zijn eigen wettelijke erfgenamen (familieleden) gaat en de andere helft naar de wettelijke erfgenamen van Trees. Trees maakt een soortgelijk testament met dezelfde bepaling. Zo wordt het gehele vermogen van hen beiden keurig over de beide families verdeeld.

Dat lijkt Piet een goed idee. Hij wil wel graag dat zijn aandelen van de BV-onderneming, die al door zijn vader is opgestart, en het pand waarin het bedrijf wordt uitgeoefend, in zijn eigen familie blijven. Hij heeft nog twee broers die daarvoor als eerste in aanmerking komen. Op basis van de rampenclausule zou de helft van de aandelen en van het bedrijfspand bij de familie van Trees terechtkomen. Dat is niet de bedoeling.

Oplossing via legaat.
In de rampenclausule kan Piet een legaat opnemen waarin staat dat alle BV-aandelen en het bedrijfspand worden gelegateerd uitsluitend aan zijn wettelijke erfgenamen (op dit moment zijn twee broers). De wettelijke erfgenamen van Trees hebben daar dan geen recht op. Zij krijgen ‘slechts’ de helft van het overige vermogen (spaar- en beleggingsrekeningen, woonhuis) dat voor hun overlijden behoorde tot het vermogen van Piet en Trees. Om te regelen dat de broers van Piet het bedrijf direct voort kunnen zetten, kan Piet een van hen (of beiden!) tot executeur(s) benoemen. Ze kunnen dan direct het legaat van de BV-aandelen en het bedrijfspand aan zichzelf overdragen.
De legataris (het familielid dat het bedrijf of de BV-aandelen krijgt gelegateerd) kan, wanneer er aan de voorwaarden wordt voldaan, een beroep doen op de bedrijfsopvolgingsregeling.